Help mee!
Column Wim Pierik

Experimenteren met echo's

Echolokalisatie is een vaardigheid om via weerkaatsing van geluid objecten waar te nemen. Blinde mensen kunnen dit zichzelf aanleren. Of ze kunnen een training volgen. Het is vergelijkbaar met de waarneming van dolfijnen en vleermuizen. In de afgelopen jaren heb ik deelgenomen aan diverse wetenschappelijke experimenten.

Eens reisde ik af naar Aken. In een zogeheten ‘dode kamer’ werden de tongklik-geluiden opgenomen, die ik gebruik voor echolokalisatie. Best raar – en een beetje eng – zo’n ruimte, zó gestoffeerd dat je helemaal geen echo’s hoort. Terwijl ik anders altijd muren, hoeken, deuren en zo kan horen. En in die ‘dode kamer’ moest ik met een keukentrapje een hoge stoel beklimmen. De stoel werd steeds een paar graden gedraaid ten opzichte van een object. En dan werden de klikgeluiden en de reflectie daarvan opgenomen. Later gebruikte de Technische Universiteit Eindhoven deze opnames om experimenten te doen met een hoofdtelefoon op. Kun je dan horen of het ene object bijvoorbeeld groter is dan het andere? Deze universiteit onderzoekt welke klikgeluiden de echo met de meeste informatie oplevert.

Later ging ik naar Antwerpen. Je moest onder verschillende omstandigheden een parcours afleggen: met en zonder stok, met echowaarneming maar ook afgesloten van de buitenwereld met een hoofdtelefoon op. Daarbij moest je dan tussen twee manshoge dozen een opening zo groot als een deur vinden en er doorheen gaan zonder de dozen aan te raken. Met die hoofdtelefoon op kan dat natuurlijk niet. Dan moet je wel met je stok voelen. De universiteit bewijst hiermee dat echolokalisatie in zo’n situatie werkt! Het ging bij mij best goed. Maar toen moest ik ook een paar keer zonder stok lopen, wel met echolokalisatie. En boem, vol met mijn snufferd tegen de doos. Stom! Het kost toch inspanning…

Onlangs ging ik naar de universiteit van Durham in Engeland. Ook daar waren de experimenten in een gestoffeerde kamer met absorberend schuimrubber. Ze werkten met objecten ter grootte van een ontbijtbord, dat op z’n kant op een statief stond. Ik mocht eerst luisteren waar het stond, daarna werd het verplaatst. Dan moest ik aangeven of het dichterbij of verder weg was en of het met de klok mee was verplaatst of er tegenin. Tijdens het verplaatsen moest ik mijn oren dicht houden. Ik vond mijn eigen resultaten best goed. Ik kon verschillen van een paar centimeter en een paar graden horen. Zelfs als het bordje recht achter me stond. Dat had ik absoluut niet verwacht.

Als ik zoiets vertel, krijg ik vaak het compliment: da’s knap. Daar voel ik me dan wat verlegen bij. Eens vroeg een marktkoopman hoe ik mijn weg op de markt vond, of ik stappen telde. Ik zei dat ik dat op mijn gehoor deed. Zoals velen zei hij: “Dat is knap”…, om daar even later aan toe te voegen: "Nou ja, je hebt ook niets anders.” Touché!

Wim Pierik Uit: De Stem van Grave 66-3, september 2016.

Deze website is drempelvrij