Help mee!
Column Wim Pierik

Natuurtalent

De ene begeleider is de andere niet. Sommigen hebben een natuurtalent om zich in te leven. In het openbaar vervoer kom ik altijd vele hulpvaardige medereizigers tegen – vrouwen én mannen. Deze twee jonge vrouwen zal ik niet snel vergeten.

De NS zet bussen in tussen Den Bosch en Oss. Ik wend me tot mijn buurpassagier: "Neemt u misschien de trein richting Nijmegen?" "Ja hoor", klinkt de vriendelijke meisjesstem. “Kan ik dan meelopen?" Als we de bus uit zijn, vraagt ze: "Wilt u mijn schouder vasthouden, of wat is makkelijk?". Voorzichtig tast ik naar haar schouder. De rug van mijn hand glijdt langs haar haren. ‘Mooie lange haren’, denk ik onwillekeurig. We nemen plaats in het halletje van een volle stoptrein. Zij belt iemand over haar vertraging. Dan hoor ik iets omroepen op het station. Ik stoot haar aan: “Volgens mij gaat er een sneltrein”. We stappen uit en rennen. Ze heeft er plezier in dat ik haar zó vertrouw. In de sneltrein vertelt ze dat er meisjes op haar wachten voor een voetbaltraining. Nu kan ze toch nog op tijd zijn. In Nijmegen lopen we naar de helling die de tunnel in voert. Ik laat de voetbalster los. In de tunnel zegt ze: "Volgens mij redt u het zo wel... Dan ga ik mijn fiets pakken."

Deze keer arriveert de trein volgens planning in Nijmegen. Ik sta op. "Meneer, kan ik u helpen?", vraagt een jonge vrouw. "Dank je, maar ik denk dat het wel lukt". Op het perron hoor ik: "Meneer, wilt u naar de lift?". Het is dezelfde leuke stem – ‘buitenlandse afkomst’? "Nee, gewoon naar de trap", geef ik aan. “O, die is vlakbij, komt u maar hierheen.” Ik voel de bovenste tree met mijn taststok en dan haar hand dwingend op mijn schouder, alsof ze me achteruit wil trekken. “Weet u het wel zeker?” “Ja, hoor.” In de tunnel geeft ze me een zetje om naar rechts te gaan. “Dan kunt u de roltrap nemen. Dat is gemakkelijker.” Dan vraagt ze waar ik heen wil. Het busstation. Daar aangekomen blijkt dat ik nog een kwartiertje moet wachten en dat haar bus al bijna vertrekt. "Ik vraag het tegen die tijd wel aan iemand anders", zeg ik geruststellend. Maar zij benadert al een medereiziger: “Wil jij erop letten dat deze meneer de bus haalt?" En weg is ze.

Eén van deze toevallige begeleidsters heeft er aanleg voor. Geen wonder dat ik haar zó vertrouwde? Wie? De voetbalster natuurlijk. Vooral die observatie “volgens mij redt u het zo wel” getuigt van natuurtalent.

Wim Pierik Uit: De Stem van Grave september 2014

Deze website is drempelvrij