Help mee!

De rubriek Oogaandoeningen is een vaste rubriek in De Stem van Grave. In deze rubriek worden allerlei oogproblemen, oogziektes en behandelmethodes behandeld.

Nachtblindheid

Nachtblindheid, wat is het precies en kun je er ook iets aan doen?

Ik sprak hierover met Herman Talsma, klinisch fysicus. Een klinisch fysicus is specialist op het gebied van medische apparatuur en zorgt ervoor dat de apparatuur veilig en optimaal kan worden gebruikt. Hij begrijpt de werking van de apparaten en ondersteunt bij het op de juiste manier inzetten van medische technologie. Herman Talsma was enkele jaren geleden een van de docenten van de cursus avondmobiliteit. Tegenwoordig werkt hij bij het diagnostisch centrum van Stichting Bartiméus.

Wat is nachtblindheid?
Kort gezegd heb je last van nachtblindheid als je in het (schemer)donker slecht tot zeer slecht voorwerpen kunt onderscheiden. Er zijn verschillende vormen van nachtblindheid, die dezelfde naam hebben, maar die duidelijke verschillen kennen. Zo is er de nachtblindheid, die veroorzaakt wordt door CSNB (congenitale stationaire nachtblindheid). Dit is een aangeboren, erfelijke netvliesaandoening. Dan is er de nachtblindheid, die veroorzaakt wordt door RP (retinitis pigmentosa). Dit is een verzamelnaam voor een groep ziekten waarbij mensen last hebben van nachtblindheid, toenemende gezichtsvelduitval, minder scherp zien en afwijkingen in het netvlies. Het zijn meestal erfelijke aandoeningen van het netvlies die uiteindelijk leiden tot ernstige slechtziendheid of blindheid. Tot slot heb je een vorm van nachtblindheid die niet samenhangt met een erfelijke oogziekte.

Wat gebeurt er precies bij nachtblindheid?
In het netvlies liggen twee soorten cellen: kegeltjes en staafjes. De kegeltjes gebruiken we als het licht is. Ze zorgen ervoor dat we scherp zien en kleuren kunnen onderscheiden. Zelfs in de schemer blijven de kegeltjes nog werken en kunnen we al snel iets onderscheiden. In het donker doen de kegeltjes vrijwel niets en gebruiken we de staafjes. Met de staafjes kunnen we geen kleuren onderscheiden. Daarom zien we in het donker alles grijs. De staafjes vangen zo veel mogelijk licht op om toch zoveel mogelijk te kunnen zien. Zodra er iets van een lichtbron is, gaan de kegeltjes weer aan het werk. Als je in het donker loopt en onder een lantaarnpaal een auto ziet staan, dan zie je ook welke kleur de auto is. Dat is het werk van de kegeltjes.

Is nachtblindheid dus dat de staafjes in het oog niet goed werken?
Het eerste probleem is meestal dat de kegels niet snel genoeg wennen aan het donker. Bij het naar het donker gaan is er eerst kegeladaptatie die maar een paar minuten duurt (denk aan het binnengaan van een bioscoop vanuit het daglicht). Volledige stavenadaptatie duurt meer dan een kwartier. Als je bijvoorbeeld vijf minuten de hond uitlaat dan zullen de staven niet volledig geadapteerd zijn. Een normale adaptatie of gewenningstijd zorgt ervoor dat je voldoende vormen kunt onderscheiden in het donker. Hoe ouder je wordt hoe meer licht je nodig hebt om scherp te kunnen zien en ook hoe meer tijd je ogen nodig hebben om aan het donker te wennen. Het kan ook voorkomen dat je door die slechter werkende kegeltjes en staafjes een kleiner gezichtsveld in het donker krijgt. Met een klein gezichtsveld wordt mobiliteit lastiger.

Wat kun je doen als je het idee hebt dat je steeds minder ziet in het donker?
Naar een opticien of oogarts gaan. Zeker bij oudere mensen kan er bijvoorbeeld sprake zijn van staar. Door staar wordt je beeld vertroebeld en dat merk je het eerst of het meest in het donker.

Wat kan een oogarts of opticien nog meer doen?
Mensen, die een bril of contactlenzen hebben vanwege bijziendheid, realiseren zich meestal niet, dat die bril of lenzen ’s avonds soms niet meer voldoen. Je bril is aangemeten om overdag, bij goed licht, scherp te kunnen zien. ’s Avonds zijn je ogen vermoeider én is het scherpstellen lastiger. Overdag stel je vanzelf scherp op de goede afstand, in het donker stel je scherp op een afstand die dichterbij is, waardoor je beeld minder scherp is.

Is de conclusie dat je ’s avonds een andere bril nodig hebt?
Nou nee, niet iedereen heeft ’s avonds een andere bril nodig. Als je ’s avonds gewoon thuis bent, dan heb je voldoende kunstlicht, waardoor je geen hinder hebt van minder zien of nachtblindheid. Maar moet je in het donker bijvoorbeeld autorijden, dan kan het zeker verstandig zijn om een andere of extra bril te dragen.

Moet dat dan een speciale bril met gekleurde glazen zijn?
Er zijn inderdaad brillen met gele glazen, maar die helpen niet tegen nachtblindheid. De gele glazen filteren blauw licht weg en dempen het witte licht van autolampen of lantaarnpalen. Het meeste effect geeft echter de grotere sterkte van de brilglazen.

Kun je ook nog iets doen aan de nachtblindheid ten gevolge van de erfelijke oogziektes?
Aan die vormen van nachtblindheid kun je helaas niet zo veel doen, behalve manieren vinden om er mee om te gaan. Dat kan het lopen met een stok zijn of het gebruiken van een zaklamp. Bij Visio en Bartiméus worden hiervoor speciale cursussen avondmobiliteit gegeven.

In het donker rijden, al jaren had ik (JvD) er een hekel aan. En ik meed het zoveel mogelijk. Maar ja, er zijn zoveel mensen, die niet graag in het donker rijden. Een paar jaar geleden adviseerde mijn opticien mij om, naast mijn -6,00 contactlenzen, een bril met gele glazen te gebruiken voor het rijden in het donker. Die gele glazen gaf hij een sterkte van -1,00. Om nu te zeggen dat ik sindsdien met plezier in het donker rijd, dat gaat een beetje te ver, maar ik voel met een stuk zekerder met mijn bril op. Dat kwam vast door die gele glazen, zo dacht ik. Pas tijdens het interview met Herman Talsma viel het kwartje: mijn ogen hebben ’s avonds wat meer hulp nodig in de vorm van de -1,00 glazen!

Meer Oogaandoeningen

Deze website is drempelvrij